Veel Nederlanders hebben geldproblemen (bron: RTL nieuws)

Gepubliceerd op 16 januari 2019 om 13:43

Veel Nederlanders hebben geldproblemen en een groeiende groep daarvan bestaat uit jongeren. De oorzaak? Zelf zeggen veel jongeren dat het komt door ‘onwetendheid’ en ‘onkunde’. Daar valt dus veel te winnen. Hoe wordt je kind een financieel gezonde volwassene?

Lianne de Graaff (50) en haar man kwamen als ondernemer in de crisis van 2008 zelf in de financiële problemen. Dat mogen mijn kinderen nóóit meemaken, dacht zij toen. “Daarom hebben we de kinderen heel bewust financieel opgevoed. Wij wilden ze beschermen tegen de fouten die wij gemaakt hadden”, vertelt Lianne. “Het gevolg is dat ik ze nu zeer verstandige, weloverwogen keuzes zie maken.”

“De financiële opvoeding van een kind is inderdaad van grote invloed op hoe hij later met geld omgaat”, zegt Henriëtte Raap-Scheele van Wijzer in geldzaken “Het is vooral belangrijk dat je kind financiële veerkracht krijgt en een financiële tegenslag aankan.” Dat betekent dus een buffer opbouwen, maar ook snel kunnen schakelen als je in een financiële valkuil trapt. En die valkuilen, die zijn er genoeg.

De grootste financiële valkuil voor jongeren tussen 18 en 24 jaar is online shoppen op afbetaling, zegt Raap-Scheele. “Als ze de producten binnen hebben, blijken ze de factuur niet te kunnen betalen. Ons advies is daarom om altijd direct te betalen.” Een andere valkuil voor deze groep is dat ze veel onderweg zijn en daarbij vaak een koffie of broodje halen op het station. “Reken maar eens uit hoeveel geld je per maand kwijt bent aan die kopjes koffie”, zegt Raap-Scheele. “Hou eens een week of een maand al je uitgaven bij, dan weet je waar je geld naartoe gaat. Dan kun je daarna beter keuzes maken. Het zou toch jammer zijn als je in de schulden raakt door die kopjes koffie.”

'Jongeren worden benaderd om hun bankrekening uit te lenen. Criminelen kunnen op deze manier geld witwassen'

Geldezel

Jongeren zijn ook gevoeliger voor oplichting. De belangrijkste les tegen oplichting is wat Raap-Scheele betreft: als het te mooi klinkt om waar te zijn, dan ís het ook echt te mooi om waar te zijn. “Snel geld verdienen door niets te doen, dat bestaat gewoon niet. Denk bijvoorbeeld aan het fenomeen geldezel: jongeren worden dan benaderd om hun bankrekening uit te lenen.” Er wordt een bedrag op hun rekening gestort, wat zij vervolgens moeten overmaken naar een andere rekening, tegen een kleine vergoeding. Criminelen kunnen op deze manier geld witwassen. “Die jongeren werken dan dus mee aan criminele activiteiten en dat is strafbaar.”

Het overkwam de 19-jarige zoon van Marjan (49). “Hij belde me op en zei ‘mama, ik heb een probleem’. Een zogenaamde vriend uit zijn verleden had gevraagd of zijn salaris op de rekening van mijn zoon gestort mocht worden. Die vriend zou het geld er dan gelijk weer afhalen. Mijn zoon heeft in al zijn onschuld gedacht: oké, waarom niet?”

De bank had het in de gaten en de bankrekening van Marjans zoon werd geblokkeerd. Daardoor kon zijn studiefinanciering en zorgtoeslag niet meer gestort worden. Er kwam geen geld meer binnen, maar hij moest nog wel gewoon zijn zorgverzekering en huur betalen. “Toen hebben we samen naar zijn financiële situatie gekeken. En we hebben hem meteen gezegd: als je ooit nog zo’n vraag krijgt, moet je dit nóóit meer doen. Het is typisch iets wat mijn zoon kan overkomen; hij wil er graag bij horen.” Marjans zoon heeft aangifte gedaan en is inmiddels weer uit de schulden. “Gelukkig was hij eerlijk naar ons toe. Wat ik andere ouders dus kan aanraden: blijf altijd in gesprek met je kind, ook over geld.”

Geldpraat

Dat is misschien wel het allerbelangrijkste onderdeel van de financiële opvoeding: praat met je kind over geld. “Al van jongs af aan”, zegt Raap-Scheele. “Bijvoorbeeld in de supermarkt of speelgoedwinkel. Praat ook over reclame: waarom wil je kind zo graag die koekjes met het tekenfilmfiguurtje erop? Zijn die koekjes echt lekkerder? Ook thuis is altijd wel iets over geld te bespreken: wat betalen we voor het licht, het water en het huis? Het helpt in de financiële opvoeding als je open bent over je eigen geldzaken, ook als het minder gaat. Laat je kind ook weten dat hij altijd aan de bel moet trekken als hij geldproblemen heeft.”

'Mijn zoon kreeg een brief van de belastingdienst: hij moest een paar duizend euro terugbetalen'

Dat deed de zoon van Hilly (65) gelukkig ook. “Mijn zoon is een paar keer in de schulden gekomen, vooral omdat hij bepaalde wetten of regels niet goed kent. Toen hij 25 jaar was, heeft hij bijvoorbeeld een tijdje bij twee werkgevers tegelijk van de heffingskorting gebruik gemaakt. Hij wist simpelweg niet dat dat niet mocht. Het gevolg was dat zijn nieuwe werkgever hem het hele jaar te veel nettosalaris heeft uitbetaald. En toen kreeg mijn zoon een brief van de Belastingdienst, dat hij dat geld moest terugbetalen. Een paar duizend euro. Maar mijn zoon had dat geld allang uitgegeven, hij heeft nooit een buffer op zijn rekening staan. Wij hebben moeten bijspringen en mijn ex-man heeft hem daarna meer uitleg gegeven over het salarisstrookje. Dat hadden we misschien eerder moeten doen: dat hadden we als ouders beter kunnen aanpakken.”

Klein beginnen

Maar hoe pak je die financiële opvoeding dan goed aan? Onderwerpen als oplichting en het salarisstrookje moeten besproken worden, maar het begint allemaal met het geven van zakgeld. “Vanaf een jaar of 6 kun je zakgeld geven. Het is dan wel belangrijk dat je daarbij afspraken maakt over wat je kind met het zakgeld doet”, zegt Henriëtte Raap-Scheele. “Spreek af wat hij er wel en niet van mag kopen. En of een deel in zijn spaarpot moet.”

De volgende stap is het openen van een bankrekening. “Vanaf de leeftijd van 10 jaar is het verstandig om een deel van het zakgeld op een bankrekening te storten.” Zo leert je kind sparen voor grote of onverwachte uitgaven. “Leg je kind vervolgens uit hoe je overzicht houdt op die bankrekening”, legt Raap-Scheele uit. “Bijna alle banken bieden een speciale versie van internetbankieren voor kinderen aan.”

Eenmaal op de middelbare school gaan kinderen vaak veel meer uitgeven. “Vanaf een jaar of 13 of 14 kun je kleedgeld gaan geven. Niet alleen meiden, die vaak al staan te trappelen om zelf kleding te kopen. Maar juist ook jongens; voor hen is het net zo belangrijk. Zakgeld en kleedgeld is namelijk ‘leergeld’. Met dat geld leert je kind zelf keuzes maken, maar ook fouten maken. Van die fouten leren ze.” Op het moment dat je kind kleedgeld krijgt, is het een idee om als oefening een soort ‘huishoudboekje’ bij te houden. “Het is leuk en leerzaam voor je kind om ergens te noteren waar hij zijn geld aan uitgeeft.” Een bijbaantje is ook aan te raden. “Bekijk dan samen eens goed het loonstrookje. En leg uit hoe het zit met belasting betalen en terugvragen.”

Financieel zelfstandig 

En dan wordt je kind 18 en is hij opeens financieel zelfstandig. “Daar moeten ouders hun kind echt op voorbereiden”, zegt Raap-Scheele. “Online zijn checklists te vinden over wat je allemaal moet regelen: je kind moet eigen verzekeringen hebben en is nu verantwoordelijk voor zijn eigen bankzaken. Je kind mag dan ook roodstaan. Leg daarom goed uit wat schulden zijn en hoe het zit met rente betalen. Al is het verstandiger om nog even te wachten met roodstaan en geen kredietlimiet te nemen.”

'Die Excelsheet van mijn moeder gebruik ik nog steeds!'

Als je kind gaat studeren of uit huis gaat, dan is het tijd om een (studie)begroting te maken. “Maak die begroting samen en leer je kind hoe je een huishoudboekje bijhoudt: welke kosten gaat je kind maken? Hoeveel geld krijgt hij binnen? Daar zijn ook allerlei apps voor.”

Het kan in het begin best weleens fout gaan. “Dan ben jij als ouder degene waar je kind terecht moet kunnen. Dan heb ik het niet over geld toestoppen, maar vooral over meedenken hoe die situatie moet worden opgelost.”

Spelenderwijs leren

Toen de zoon en dochter van Lianne de Graaff uit huis gingen, gaf ze hen een workshop over geld. “Ik heb ze aan tafel gezet en allerlei informatie van het Nibud uitgeprint”, zegt Lianne. “En een Excel-sheet in elkaar geflanst over hoe je de administratie van een huishouden bijhoudt en je financiën in kaart brengt.”

Lianne voedde haar kinderen op met het financiële systeem van T. Harv Eker. “Toen wij zelf in de problemen zaten, hebben we van onze laatste centen een training gevolgd over financieel management. Vanaf dat moment hebben wij onze financiën ingericht volgens dit systeem, waarbij je je geld verdeelt over een aantal potjes. Dat betekent keuzes maken, kosten naar beneden brengen en inkomsten proberen te verhogen. Het heeft ertoe geleid dat wij het nu financieel heel goed hebben. We wilden onze kinderen dit systeem meegeven, dus we hebben ze er spelenderwijs in meegenomen.”

Wouter (25) was 15 toen zijn moeder Lianne hiermee begon en weet het nog goed. Het geld dat hij verdiende met zijn eerste bijbaantje, verdeelde hij ook al over potjes. “Volgens het systeem van T. Harv Eker moet je bijvoorbeeld 10% van je verdiende geld wegzetten voor de lange termijn.” Als Wouter 150 euro had verdiend, zette hij dus 15 euro apart. “Toen hij 22 was, had hij 4000 euro bij elkaar gespaard”, vertelt moeder Lianne trots. Wouter: “Ik ben met mijn ouders om de tafel gaan zitten en we hebben samen bekeken wat ik met mijn gespaarde geld kon doen. Toen ben ik laag risico aandelen gaan kopen.”

Beleggen kun je inderdaad het beste pas gaan doen als je een financiële buffer hebt opgebouwd, zegt Raap-Scheele. “Bijvoorbeeld als je kind begint met werken. Hoe eerder je geld opzij zet, hoe meer dat uiteindelijk oplevert. Maar ik zou het niet adviseren als je kind nog geen baan heeft, want door te beleggen gaat je kind ook risico lopen.”

Zelf is Wouter erg blij dat hij zo’n uitgebreide financiële opvoeding heeft gehad. “Iedereen is een product van zijn opvoeding en dat financiële deel is daar een belangrijk onderdeel van. Ik kon altijd met mijn ouders over geldzaken praten, ook over hun persoonlijke financiën toen ze in zwaar weer zaten. En die Excelsheet van mijn moeder”, zegt Wouter, “die gebruik ik nog steeds!”